Emmastraat
Sint Vitus Kerk
Toen men in de eerste helft van de "negentiende eeuw" besloot men de "Gooisevaart" door te trekken tot aan de Havenstraat, moest op deze plek een brug worden gebouwd. De bouwkosten bedroegen ƒ 1.480,00. Dit bedrag werd volgens de schrijver bijeengebracht door een belasting op honden te heffen.
Honden van schaapherders waren daarvan vrijgesteld. De brug kwam in 1843 gereed en kreeg de naam "Hondenbrug". Het bruggetje was zo smal dat twee wagens elkaar er niet konden passeren. De oude brug bleef tot 1929 in gebruik. In 1930 kon de nieuwe brug worden geopend.
Aan de overkant van de vaart werd in 1867 een grote stoomspinnerij en -weverij gebouwd. Bij het enorme fabrieksgebouw stond een schoorsteen van ongeveer vijftig meter hoog. In de fabriek stonden "480 weefgetouwen". Door de komst van de fabriek vestigden zich veel gezinnen uit Twente in deze omgeving. Voor hen werden complete rijen woningen gebouwd.
Alle huizen hadden rode dakpannen en zo ontstond de naam "Rooie Dorp". De bouw van tien woningen met een gemeenschappelijke pomp kostte ƒ 4.700,00. De fabrieksarbeiders verdienden volgens het archief tussen ƒ 4,50 en ƒ 7,00 per week. Dat was meer dan de wevers in het dorp verdienden.
De oude Doornaar begon hier een kleine kruidenierswinkel. Later werd deze zaak overgenomen door Antje van Ouwerkerk. Ook Lammers had in de Bodemanstraat een soortgelijk winkeltje. Volgens de bronnen werd er door verschillende bewoners van het Rooie Dorp flink gedronken en kwamen burenruzies regelmatig voor. Maar wanneer iemand uit het dorp zich ermee bemoeide, sloten de bewoners zich volgens hem onmiddellijk aaneen. Voor zo’n buitenstaander was het dan verstandig snel weg te gaan.
Sinds 1892 was er in de buurt ook een school. H.A. Groenestein, die van 1897 tot 1933 schoolhoofd was, stond bij de bewoners in hoog aanzien. Hij leefde sterk mee met de mensen in de buurt en waar hulp nodig was, kon men op hem rekenen. Daarom kreeg hij de bijnaam "Burgemeester van het Rooie Dorp". Dat was als eretitel bedoeld.
In 1884 werd de spinnerij door brand verwoest. Daarna bleef alleen de weverij in bedrijf. In 1901 werd ook deze gesloten. De fabriek werd vervolgens verkocht aan de gebroeders van Houtum, die er een bedrijf voor machinale houtbewerking vestigden. In 1936 kocht een bouwmaatschappij het hele terrein voor woningbouw. De fabriek werd afgebroken.
In december 1937 werd ook de hoge fabrieksschoorsteen neergehaald. Dat liet een opvallende leegte in het straatbeeld achter. Na 1937 veranderde het karakter van deze hele buurt sterk.