Oude Torenstraat
"Gedenk te sterven"
De "Grote Kerk" op de Kerkbrink is gebouwd op de plaats van een voormalig kerkhof. Volgens overlevering hadden kerkgangers soms last van een onaangename geur uit de graven. Mogelijk was dat een van de redenen waarom de overheid het begraven in kerken verbood. In Hilversum werd daarom een nieuwe begraafplaats aangelegd op een stuk grond achter de gemeentetoren. Deze kreeg de naam "Gedenckt te sterven".
De weg die later de Oude Torenstraat ging heten, werd toen "Doodweg" genoemd. Via een laantje met aan beide kanten bomen liep men tussen weilanden en akkers naar het kerkhof. Vanaf de begraafplaats had men in die tijd nog een vrij uitzicht op de "Boomberg" en het Moleneind, dat later de naam Vaartweg kreeg. Volgens de archieven was Hilversum, na "Wijk bij Duurstede", de tweede plaats in Nederland met een begraafplaats buiten de bebouwde kom.
Op 1 januari 1793 werd de begraafplaats in gebruik genomen. Welgestelde families uit ’s Graveland lieten er hun overledenen begraven. Ook de "Freules Warin" van kasteel Nederhorst den Berg vonden hier hun laatste rustplaats. De eerste persoon die hier werd begraven was "Jan van Kampen", een naam die in Hilversum veel voorkwam.
De muur rondom het kerkhof werd gebouwd door "Jan Perk", schipper van het veer aan de vaart. Op een van de pilasters stonden onder andere enkele leeuwtjes die een schild vasthielden. Een daarvan kwam later in het bezit van aannemer Gijzel.
Op deze begraafplaats liggen onder anderen de predikanten Frederik Ham, W.G. van den Braak, E.W.H. Molemans en J.W.H. Kalkman begraven. Ook de oud-katholieke pastoors Gijseling, Van Wijk en van Schaik, ook de artsen van Hengel, Daams en Tresling, kregen hier hun laatste rustplaats.
In 1858 overleden in het gezin van P. van Beusekom binnen vier dagen vijf kinderen aan roodvonk. Ook zij werden hier begraven. Er bevindt zich tevens het graf van een "Pruisische ritmeester". Bij een ongeluk op het spoorwegperron raakte hij beide benen kwijt. Tijdens het vervoer naar een arts vroeg hij nog om een sigaar. Die kreeg hij, maar na enkele trekjes overleed hij.
Dominee W.J. van Lokhorst, die op 2 juni 1940 overleed, was volgens de archieven de laatste persoon die hier werd begraven. Op 4 mei 1943 werd de begraafplaats gesloten.