Vaartweg
"Moleneind" met molen de "Erfgooier"
1750
1921
Schuif de stip van links naar rechts heen en weer
Vroeger werd deze weg het "Moleneind" genoemd. Op het hoogste punt van de "Boomberg" stond namelijk al sinds oude tijden een lage, met riet gedekte molen. Tijdens de grote brand van 1766 kwam deze molen ernstig in gevaar. Een krachtige oostenwind blies vonken en stukken brandend riet in de richting van de molen. De molenaar liet daarop de wieken snel draaien en wist zijn molen met veel moeite te behouden.
Toen in de jaren 1870 de "Gooischevaart" tot aan het dorp werd doorgetrokken, veranderde men de naam Moleneind in Vaartweg. Het oude molentje op de Boomberg werd in 1876 afgebroken en vervangen door een nieuwe molen. Door de toenemende bebouwing in de omgeving werd deze nieuwe molen hoger gebouwd, zodat hij voldoende wind kon blijven vangen.
De eerste steen werd op 25 juli 1876 gelegd door G. van Dompselaar. De molen kreeg de naam "De Erfgooier". Omdat van Dompselaar veel voor de Erfgooiers maalde, kreeg hij van hen het "schaarrecht". Daardoor mocht hij koeien op de meent laten grazen. Toen de molen in 1921 werd afgebroken, verloor van Dompselaar ook dit schaarrecht. Op de tekening is te zien dat de Vaartweg geleidelijk een voornamer aanzien kreeg.
In 1876 zag men vanaf de molen tot aan het "Corversbos" vrijwel niets anders dan golvende korenvelden. Bij helder weer kon men ter hoogte van de Roeltjesweg zelfs de "Dom van Utrecht" duidelijk zien. Molenaar van Dompselaar had regelmatig last van jongens van de "Trompschool", die toen ter hoogte van de Badhuislaan stond. Het was een school voor jongens uit welgestelde gezinnen. Ook daar zaten volgens de bronnen echter de nodige kwajongens tussen. Zij haalden regelmatig knolletjes van "van Dompselaars akker". De molenaarsknecht zette dan met een stok of ander stuk hout de achtervolging in.