Ga naar de inhoud

[80] Soestdijkerstraatweg - Website Maarten Betlem

Menu overslaan
Menu overslaan
Soestdijkerstraatweg
het Tolhuis
In 1826 kregen de ’s Gravelandse heren J. Corver Hooft, W. van Loon en H. Backer toestemming om de weg van ’s-Graveland naar Soestdijk te bestraten. Jhr. de Rovère van Breugel kreeg in diezelfde tijd toestemming om hetzelfde te doen met de zandweg naar Utrecht. Om de kosten van de bestrating en het onderhoud te kunnen betalen, werden bij het punt waar beide wegen samenkwamen twee tollen en een tolhuis geplaatst. De tarieven van deze tollen waren hoger dan die van de tol aan de ’s Gravelandseweg.

In 1895 was de weduwe Rademaker tolgaardster aan de Soestdijkerstraatweg. Drie jaar later werd deze tol verplaatst naar de Curaçaolaan. In 1932 werd de tol opgeheven. De heer Beukers was de laatste tolbaas. Het voormalige tolhuis werd later als café gebruikt.

Een van de bekendste bewoners van de Soestdijkerstraatweg was Blancke. De Haas en Blancke waren volgens de archieven de eersten in Hilversum die op een zogenoemde "stoomfiets" reden. Blancke was bovendien de eerste die een auto bezat. Jongens gooiden soms hun pet onder de auto, omdat zij graag wilden dat hun hoofddeksel naar benzine rook. Blancke liet ook regelmatig een groepje kinderen meerijden. De jeugd keek daar dan ook reikhalzend naar uit.

Blancke was een bijzonder grote en sterke man. Over zijn kracht werden allerlei verhalen verteld. Wat voor twee sterke mannen te zwaar was, zou hij zonder veel moeite alleen hebben gedaan. In villa "Oostereng", met een vijver ervoor, woonde eerst Holzman en later prof. dr. De Louter.

De Louter schreef belangrijke werken over het "Indische Staatsrecht" en het "Volkenrecht". Vooral op het gebied van het Volkenrecht verwierf hij grote internationale bekendheid.

Zijn naam werd daarom opgenomen in het "Gulden Boek van de gemeente Hilversum".


© 2023-2026 stichting ErfGoedGezien Nederland
Terug naar de inhoud