Ga naar de inhoud

[75] Ruitersweg - Website Maarten Betlem

Menu overslaan
Menu overslaan
Ruitersweg
"Ons Gebouw"
Aan het begin van de twintigste eeuw stond vooraan aan de Neuweg, dicht bij het "Ruiterse Bosje", nog een andere met riet gedekte boerderij. Deze boerderij stond algemeen bekend als "de Hof van Prinsen". De eigenaars waren de gebroeders Prinsen. Volgens de schrijver is de later in deze omgeving aangelegde Prinsenstraat waarschijnlijk naar deze boeren genoemd. De broers waren behoorlijk welgesteld. Hun grond liep vanaf het "doktershuis" op de hoek van de Langestraat tot aan het "Krakebeense weggetje", dat later de naam Koningsstraat kreeg.

De Ruitersweg had toen nog geen verbinding met de Neuweg. Over het erf van de familie Prinsen liep echter wel een smal pad dat op "de Neu" uitkwam. Bakker Nieuwenhuizen kocht een deel van deze grond om er een bakkerij te bouwen, tegenover het voormalige kantongerecht. In 1900 kwam de boerderij van Prinsen leeg te staan. Na de gebroeders Prinsen had als laatste bewoner nog een vrachtrijder zijn bedrijf in de boerderij uitgeoefend.

In 1902 kocht professor van Rees uit Blaricum het pand om er "Ons Huis" te stichten. Hij hielp zelf actief mee met de aanleg. Volgens de archieven groef hij eigenhandig gaten voor jonge sparrenbomen. Ons Huis werd een ontmoetingsplaats voor mensen die in het dorp als nogal ongewoon werden beschouwd. Zij droegen vaak lang haar en opvallende kleding, zoals ruime capes en kunstenaarsdassen. Sommigen liepen op blote voeten over straat. Het waren idealisten die geen alcohol dronken en geen vlees aten.

De dorpelingen noemden hen daarom "plantenvreters" en vonden hen maar "vreemde piassen". In Ons Huis werden regelmatig bijeenkomsten gehouden van de "blauwe knoop". Volgens de archieven leidde Domela Nieuwenhuis vanuit Ons Huis in 1903 de spoorwegstaking.

Schooljuffrouw "Sluyters" en onderwijzer "Kroes" speelden daarbij eveneens een opvallende rol. Kroes was voorzitter van het "Comité van Verweer". Beiden werden ontslagen, omdat men van hogerhand vond dat zulke "raddraaiers" niet langer voor de klas konden staan.

In "1911" werd het volksgebouw afgebroken. De plek bleef daarna nog jarenlang onbebouwd. Tot 1933 lagen er grote plassen en modderpoelen.

© 2023-2026 stichting ErfGoedGezien Nederland
Terug naar de inhoud