Sint Annastraat
Begraafplaats
Vooral dankzij pastoor Johannes Reuvers, die van 1815 tot 1852 aan het hoofd van de Hilversumse parochie stond, kreeg het katholieke deel van de bevolking een eigen begraafplaats. De financiële begroting voor aanleg van het kerkhof, de kapel, de doodgravers-woning en een eenvoudige omheining kostten samen ƒ 11.444,31.
Pas later werd rond de begraafplaats een hoge muur geplaatst, met een groot ijzeren toegangshek. Hein de Leeuw was de eerste doodgraver. Hij vervulde deze functie bijna vijfendertig jaar. Toen hij in 1886 overleed werd hij opgevolgd door zijn schoonzoon Wessel van Arnhem. Deze maakte zelfs mee dat hij zestig jaar als doodgraver werkzaam was. Dat was opmerkelijk, omdat aanvankelijk door veel mensen werd beweerd dat wonen in de buurt van een kerkhof erg ongezond zou zijn.
De straatverlichting was vroeger bovendien slecht, waardoor het hier ’s avonds bijzonder donker kon worden. Vooral op stormachtige herfstavonden gingen sommige mensen liever niet langs het kerkhof. Wanneer de wind door de bomen joeg en takken kraakten en kreunden, meenden angstige voorbijgangers soms geheimzinnige of klagende geluiden te horen. Al snel ontstonden daarom verhalen dat het op het kerkhof zou spoken.
Een bijzonder graf was dat van J.F. Fennis, oud-pauselijk zouaaf, geboren op 6 oktober 1847 en overleden op 23 oktober 1918. Volgens bronnen diende Fennis in een groep vrijwilligers uit Nederland, België en Frankrijk. Zij hielpen rond 1861 het pauselijke gebied te verdedigen tegen de troepen van de Italiaanse vrijheidsstrijder Garibaldi. Voor een jongen van ongeveer veertien jaar moet dat een uitzonderlijke onderneming zijn geweest.
Veel oudere Hilversummers kenden ook Pietje de Ruyter nog. Hij was klein van stuk en werkte verschillende jaren als gemeentewerkman. Ook hij was oud-zouaaf. Hoewel hij er volgens bronnen weinig indrukwekkend uitzag, stond hij bekend als een bijzonder moedige man. Bij zijn graf stond een eenvoudig houten paaltje.
In de kapel werd nog jarenlang de kist bewaard van een Belg die in 1919 in Hilversum overleed. Het was de bedoeling dat hij later naar België zou worden gebracht om daar te worden begraven. Dat gebeurde echter nooit.
Jarenlang was ook B.A. Koppel, verbonden aan de katholieke begrafenisvereniging, een bekende verschijning op deze begraafplaats. In verband met de "kernsanering" werd het kerkhof in 1971 ontruimd.