Langestraat
schuin tegenover de Kapelstraat
Zoals eerder vermeld, stonden er rond 1824 meer dan twintig boerderijen in de Langestraat. Een van de oudste was de boerderij van J. de Jongh die in 1788 werd gebouwd. Bij de boerderij hoorde een groot erf dat doorliep tot aan de Laanstraat. Paarden, schapen en kippen konden daar vrij rondlopen, zonder het drukke verkeer dat later door de straat zou rijden.
Later woonde vrachtrijder Rog in deze boerderij. Nog weer later kreeg "Gooitax" hier een standplaats.
De voormalige boerderij stond nog steeds tegenover het winkelcentrum. Ongeveer op deze plek stond vroeger ook de boerderij van Glazemaker, die in het dorp bekendstond als "Dikke Jan van Teusie". Hij woog volgens de bron meer dan driehonderd pond en bracht veel tijd door bij het hek, waar hij naar voorbijgangers keek. Hij was een vaste bezoeker van De Jonge Graaf van Buuren, waar hij graag een biertje dronk.
Wanneer jongens over zijn erf de kortste weg namen naar de bijbelschool aan de Koningsstraat, kon hij daar bijzonder kwaad om worden.
Toen hij eens een portret liet maken, wilde hij nadrukkelijk dat zijn forse gestalte goed zichtbaar was. Blijkbaar was hij daar niet ontevreden over.
Naast zijn boerderij stond, met de gevel naar het erf van Glazemaker gericht, een zeer oud huis. Op dit adres had daar ook de overgrootvader van "De Haas van de Zeedijk" gewoond.
In dit huis zou zich bovendien de eerste wever van Hilversum hebben gevestigd. Het weven moest toen nog in het geheim gebeuren, omdat men in "Naarden" beweerde het alleenrecht op dit ambacht te bezitten. Volgens het verhaal trokken inwoners van Naarden daarom op een donkere nacht, gewapend met messen, naar het huis. Hun aandacht richtte zich vooral op een "negentienjarig meisje" dat het geheim van het blauwverven kende. Het zogenoemde "Hilversumse blauw" genoot in die tijd een grote bekendheid. Enkele sterke inwoners van Hilversum kregen echter lucht van de aanval. Daardoor moesten de mannen uit Naarden zich snel terugtrekken. Het oude huis raakte later sterk in verval. Er was nog enige tijd een winkel in riet- en mandenwerk gevestigd.
Uiteindelijk werd het pand afgebroken om plaats te maken voor het winkelcentrum.