Kerkbrink
school achter het oude Raadhuis
Deze school stond achter het oude raadhuis, op de hoek van de Oude Torenstraat. Aan het begin van de "negentiende eeuw" was het onderwijs in Hilversum nog slecht geregeld. Ook van hogerhand bestond er maar weinig belangstelling voor. Deze school was in die tijd de enige in het oude dorp. Meester de Liefde en ondermeester J.J. van Oostveen gaven er samen les aan maar liefst 190 leerlingen.
Er was dringend behoefte aan een extra ondermeester. De gemeenteraad had daar geen bezwaar tegen, zolang meester de Liefde de extra kosten maar zelf betaalde. Daarnaast bestond er een zogenoemd "schoftschooltje". Kinderen die in de fabrieken werkten, konden daar tussen half één en half twee en ook ’s avonds nog enig onderwijs krijgen. Veel stelde dat niet voor, kinderarbeid kwam in die tijd nog veel voor en zelfs kinderen van zes en zeven jaar moesten soms al werken. Na zo’n werkdag was het begrijpelijk dat zij in hun weinige vrije tijd niet ook nog graag naar school gingen.
Meester de Liefde werd opgevolgd door zijn schoonzoon J.J. van Oostveen. Deze werd in 1847 tot hoofd van de school benoemd en bleef dat tot 1877. In totaal werkte Van Oostveen "vijftig jaar" aan deze school.
Vooral in de zomer kon het in de donkere en bedompte lokalen bijzonder warm worden. Kinderen spraken dokter van Hengel, die vlakbij woonde, soms op straat aan met de klacht dat het die dag wel heel erg warm was, "wel boven de 80°". Dan kregen zij soms vrij en gingen buiten spelen, waar ze het uiteindelijk waarschijnlijk nog warmer van kregen.
Ook in de winter was het verblijf in de overvolle lokalen vaak onaangenaam door de slechte lucht. Dokter van Hengel bracht daarom regelmatig een bezoek aan de school. Sinds 1843 was er in Hilversum een tweede openbare school, die van meester Ebbers. Meester Van Oostveen was daarnaast jarenlang commandant van de schutterij. Volgens overlevering deden daar onder oudere Hilversummers tal van vermakelijke verhalen over de ronde.
Zelfs in 1880 kreeg volgens een bron nog ongeveer de helft van de Hilversumse jeugd helemaal geen onderwijs. Het analfabetisme was daardoor groot. Rond 1894 kwamen er twee scholen bij: één aan de Neuweg, bij het kantongerecht, en één aan het "Naardereind", dat later de naam Schoolstraat kreeg. Samen kostten deze twee scholen ƒ 56.700,00.