Havenstraat
omgeving Kolenstraat
De "Havenstraat" was een van de oudste toegangswegen tot Hilversum en lange tijd zelfs een belangrijk deel van de oude dorpskern. Vroeger droeg deze straat de naam "Loosdrechtse Eind", meestal kortweg "Loosend" genoemd. Na de aanleg van de haven werd de naam officieel veranderd in "Havenstraat". De inwoners van Hilversum bleven echter nog lange tijd over het Loosend spreken. Die oude naam verdween maar langzaam uit het dagelijks gebruik.
Tot 1839 was het Loosend nog een mul en vaak modderig zandpad, waarin vooral wagensporen te zien waren. In dat jaar werd de weg verhard met puin dat afkomstig was van een grote reparatie aan de gemeentetoren. In 1852 volgde een bestrating met ronde veldkeien, de bekende "kinderhoofdjes". Die bleven er vele jaren liggen.
In het midden van de tekening is het huis van "Van Os" duidelijk te herkennen. Daartegenover, op de hoek van de "Kolenstraat", stond vroeger het café van "Eikendaal". Wevers kwamen daar na hun werk graag even iets drinken. Vanaf 1907 had "Schogt" op deze plek een slijterij.
In 1904 opende "Vis", afkomstig uit Harderwijk, een moderne slagerij. Hij beschikte zelfs over een snijmachine. Dat was opvallend, omdat in de deftige slagerij van "Felix" het vlees nog geheel met de hand werd gesneden.
Het huis helemaal rechts werd later het "Gooise Boekhuis" van "A. van der Horst". Oorspronkelijk was dit pand een boerderij. Daar werden ook samenkomsten gehouden van de "geformeerde gemeente". In het gebouw woonden op een gegeven moment maar liefst zes gezinnen in kleine en zeer eenvoudige ruimten. Vooraan woonde bijvoorbeeld een wever met zijn vrouw en zes kinderen in slechts één kamer met een alkoof.
Wanneer hij wat te veel had gedronken en naar bed ging, zong hij volgens de schrijver steevast, met onvaste stem, een lied over de verloren zoon: "Vader, ’k wil gaan reizen, geef mij geld en goed." Al zingende viel hij uiteindelijk in slaap.
Links naast van der Horst stond destijds de schoenhandel van "Strating". Rechts, waar op de tekening alleen het hekje zichtbaar is, woonde kleermaker "Karman sr." Later werden zowel de zaak van "Van der Horst" als die van "Karman" gemoderniseerd.
In het rijtje huizen aan de linkerkant had de weduwe "Keers" jarenlang een drukbezochte galanteriewinkel. Vlak daarbij had "Barend Buitenkant", een Joodse winkelier, een manufacturenzaak. Ook zijn winkel trok veel klanten. Volgens de archieven verkocht Buitenkant degelijke goederen voor redelijke prijzen.
Daarnaast stond hij jarenlang met een kraam op de wekelijkse woensdagmarkt.