Ga naar de inhoud

[26] Gravelandseweg - Website Maarten Betlem

Menu overslaan
Menu overslaan
's Gravelandseweg
Het tolhuis
Tot 1826 was de ’s-Gravelandseweg niet meer dan een weg met diepe wagensporen. Door toedoen van drie vooraanstaande inwoners van ’s-Graveland, J. Corver Hooft, W. van Loon en H. Backer, werd de weg verhard en veranderde hij in een echte straatweg. Om de kosten van aanleg en onderhoud te betalen, kwam er een tol op de plaats waar het Melkpad op de ’s-Gravelandseweg uitkomt. In die omgeving woonde destijds de letterkundige J.A. Alberdingk Thijm.

Het Melkpad lag toen nog aan de rand van de bebouwde kom. In 1865 werd de tol verplaatst naar de kruising van de ’s-Gravelandseweg en de Schuttersweg. Op de tekening is deze situatie te zien. Aan de rechterkant stond villa "Quatre Bras" van G. van Mesdag. Aan de linkerkant, bij de Schuttersweg, is het hek te zien van de villa van de weduwe Warmolts.

Op de "Schuttershei" hield de schutterij regelmatig oefeningen.

Sommige schutters verschenen daarbij half in uniform en half in burgerkleding. Er ging altijd een kruiwagen mee met kruikjes bier, en onder een zak lag volgens overlevering vaak ook wat sterkers verstopt. Er werd veel om de schutterij gelachen, want het was een nogal vrijgevochten gezelschap. Een bekende figuur was adjudant Lautje van Kampen. Hij liep bijna altijd met tabak in de mond en lustte graag een borrel, al bleef dat volgens de schutters binnen de perken. Lautje was klein van stuk, maar kende de dienst vaak beter dan zijn superieuren. Daarom leidde hij ook schutters op voor het kader.

Tijdens oefeningen kwam het voor dat de schutterij een kudde van enkele honderden schapen tegenkwam. De mannen moesten zich dan zelf een weg door de kudde zien te banen, want de schapen gingen niet vanzelf opzij. Soms werd Lautje zoveel te drinken aangeboden dat van de oefening weinig meer terechtkwam. Toch liet hij zich niet snel uit het veld slaan.

Bij een parade op de "Kerkbrink" werd eens een foto gemaakt. Toen deze later werd bekeken, bleek dat officieren en manschappen allemaal met het rechterbeen naar voren liepen. Alleen Lautje, die trots aan de zijkant mee marcheerde, had zijn linkerbeen naar voren. Toen men hem daarop wees, hield hij vol dat niet hij, maar alle anderen uit de pas liepen.

De foto, gemaakt door de toen bekende fotograaf "Siewers", werd later opgenomen op pagina 136 van het "Hilversums Gedenkboek".

In 1901 werd de tol opnieuw verplaatst, ditmaal naar het einde van de ’s-Gravelandseweg bij de "Vier Woningen". Daarna in "1931" verdween ook deze tol en het tolhuis bleef echter behouden.

© 2023-2026 stichting ErfGoedGezien Nederland
Terug naar de inhoud