's Gravelandseweg
molen "de Ruyter"
De ’s-Gravelandseweg was vroeger een bijzonder fraaie, landelijke en lommerrijke weg. In de loop der jaren is veel van die oorspronkelijke schoonheid verloren gegaan.
Een karakteristieke plek lag bij molen "De Ruyter". Oude Hilversummers noemden hem naar de eigenaar ook wel "de molen van De Vries". De molen werd in "1850" gebouwd. Boven de ingang hing een bord met de volgende tekst:
“De Ruyter
Een Ruyter rijdt in ’t veld en om zijn buit te halen
Zo ben ik hier gesteld om tarwe' en rog' te malen
Gelijk de Ruyter waagt voor 't vaderland zijn lijf
Zo ben ik hier gesteld den burger tot gerijf
Een molenaar een dief te zijn
Mij dunkt dat heeft geen waarheid schijn
Een man die van de wind kan leven
Hoeft om geen geld of goed te geven”.
In 1921 werd de molen afgebroken. De laatste molenaar was P.J. Ilcken, een kleinzoon van De Vries. Het molenpaard werd daarna verkocht aan de "’s-Gravelandse Tramweg Maatschappij" die op 15 mei 1887 een tramverbinding had geopend tussen ’s-Graveland en het station in Hilversum.
Ter hoogte van de voormalige molen kwam het paard soms dwars voor de tram te staan. 't Leek wel alsof het dier zijn oude stal nog rook.
Op 30 september 1923 maakte de paardentram zijn laatste rit. De tramwagen zat vol uitgelaten inwoners van ’s-Graveland, die luidkeels zongen: "dat de ’s-Gravelandse tram nooit verloren zou gaan, falderalderiere, falderalderiere!"