's Gravelandseweg
de pastorie van de grote kerk
Bij de grote brand van 1766, die bij een slager aan de Groest ontstond en zich door een krachtige oostenwind snel uitbreidde, gingen ruim 220 huizen, fabrieken en schuren in vlammen op.
De schade aan de huizen werd geschat op ƒ 185.425. Ook gedeeltes van het rechthuis, de kerk, de pastorie en de school gingen verloren. Alleen het tuinhuisje bij de kerk bleef gespaard. Met de herbouw van het rechthuis, de kerk, de pastorie en de school werd snel begonnen.
De bouw van de kerk werd aangenomen voor ƒ 13.400, de pastorie voor ƒ 5.997 en de school met onderwijzerswoning voor ƒ 2.950. Zoals op de tekening te zien is, was de pastorie voor die tijd een bijzonder groot gebouw.
Na de brand hebben er in totaal negentien predikanten in de pastorie gewoond. De laatste was ds. N.P.E.G. van Uchelen die bij veel Hilversummers nog goed bekend was.
In 1928 verkocht de kerkvoogdij de pastorie. Later werd in het gebouw een bank gevestigd. De bomen die er stonden waren zogenoemde "kerkebomen". Zij waren eigendom van de hervormde kerk. De kerk beschikte vroeger over weinig materiële bezittingen. Naast de kerk en de pastorie bezat zij wel een groot aantal bomen.
Van oudsher werden deze bomen langs wegen en op brinken geplant ten bate van de kerk. Het waren vooral Iepen en Linden. Wanneer de bomen volgroeid waren werden zij verkocht. De opbrengst kwam ten goede aan de kerk, waarna nieuwe bomen werden geplant. Op 6 juni 1771 besloot men opnieuw een register van deze bomen aan te leggen. Het oude register was bij de brand van 1766 verloren gegaan.
Het "Kerkebomenboek van 1771" is tot op heden nog bewaard gebleven.