Berensteinseweg
de Gooische Vaart
In de eerste helft van de zeventiende eeuw kregen vooraanstaande Amsterdamse regentenfamilies belangstelling voor ’s-Graveland. Ook de familie "Corver Hooft" behoorde daartoe. Zij lieten er fraaie buitenplaatsen bouwen. De buitenplaats van de familie Corver Hooft kreeg de naam "Gooilust".
In diezelfde periode werd ook de "Gooisevaart" gegraven. Dat gebeurde als zogenoemd 'gemenebuurwerk' waarbij inwoners hand- en spandiensten verrichtten.
In 1650 liep de vaart tot aan de Berensteinseweg en later werd deze doorgetrokken tot de "Oude Loswal". Daar begon Cornelis Gerberden, bijgenaamd "Cruyf", een beurtveer. In 1699 werd de "Stenenbrug" gebouwd. Deze lag precies op de grens tussen ’s-Graveland en Hilversum. De fraaie boerderij uit 1673, links op de tekening, lag daardoor nog net op ’s-Gravelands grondgebied. Het kerkhof van die gemeente werd even voorbij de Stenenbrug op Hilversumse bodem aangelegd.
Langs de vaart liep een "jaagpad". Soms zat de jager op zijn paard, maar meestal liep hij ernaast, zingend of fluitend. Om te voorkomen dat de walkant afkalfde, mocht er niet met stoomkracht worden gevaren. Toch gebeurde dat soms stiekem wanneer het jaagpad door slecht weer moeilijk begaanbaar was en men het paard wilde sparen. De schippers "Boelhouwer" en "Van Schaik" hadden hun los- en laadplaats aan de Berensteinseweg. "Jan Taling" en "Hennipman" maakten gebruik van de Oude Loswal.
Bij strenge vorst stemden de schippers de aankomst- en vertrektijden van hun schuiten zo op elkaar af dat de vaart zo lang mogelijk openbleef. Soms was de vorst echter te streng en vroor de vaart toch helemaal dicht. Dan konden ook de schippers de schaatsen onderbinden. Op het ijs bij de Berensteinseweg werd druk geschaatst. Het voorste gedeelte lag beschut door het "Corversbos".
Regelmatig zag men daar "Cees de Haas" van de Zeedijk. Hij was een uitstekende schoonrijder en had aan een klein stukje ijs genoeg om zijn kunsten te vertonen. Vaak stond er een kring bewonderaars om hem heen. Schipper "Jan Taling", een stevige kerel, hield meer van hardrijden. In een oogwenk was hij uit het zicht verdwenen en even later kwam hij met dezelfde vaart weer aanstuiven. Van hieruit maakten sommigen schaatstochten via ’s-Graveland en Loosdrecht naar de "Vecht" en verder.
Toen in "1937" het nieuwe kanaal gereedkwam, verhuisden de schippers naar de "Nieuwe Haven".